Kampen

MULTILAGEN

Dit keer zijn de wolken aan de beurt die veel neerslag kunnen brengen. Dat zijn de Nimbostratus ( tussen 0 en 8 km ) en de Cumulonimbus ( tussen 0 en 12 km)  Nul omdat de neerslag meestal tot op de grond valt. En multilagen omdat deze wolken zich op meerdere niveaus bevinden.

NIMBOSTRATUS

Nimbostratus ontstaat door grootschalige optilling van vochtige lucht. Vaak nadert er een front. Als de lucht afkoelt vormt zich door verzadiging een dikke wolkenlaag. Deze laag strekt zich meestal uit tussen 1,5 en 5 kilometer en heeft totaal geen structuur. Egaal grijs dus. Omdat het op die hoogte meestal wel tussen de -10 en -25 graden is, komt er een neerslagproces tot stand. Voordat die neerslagwolken ons bereiken, hebben we meestal al een aantal andere soorten wolken gezien. Eerst Cirrus en Cirrostratus; dan Altostratus en Altocumulus. En zodra het begint te regenen of sneeuwen is het Nimbostratus. Als we de eerste cirruswolken zien duurt het nog tussen de 3 en 12 uur voordat de neerslag komt.  Onder de Nimbostratuswolken heb je vaak nog stratusflarden. Dat geeft nog een beetje structuur, anders was het alleen een grijze massa. 

Uit Nimbostratus valt dus altijd neerslag. Die begint altijd als sneeuw. Ook in de zomer. Maar op de grond kunnen allerlei vormen neerslag vallen. Is het koud genoeg dan valt er sneeuw. Is het erg koud dan zijn de vlokken klein. Is het om het vriespunt dan kleven de vlokken aan elkaar en krijg je grote tot zeer grote vlokken. Is het in een grote laag boven nul dan smelten de sneeuwvlokken en valt er regen. Maar soms vallen de vlokken door een warme luchtlaag waarin ze smelten, maar komen dan in een koude luchtlaag. Ze raken dan onderkoeld. Zodra ze op de grond ( of op objecten) vallen, bevriezen ze: ijzel.  Als de warme luchtlaag dun is, smelten de vlokken maar gedeeltelijk. Als ze dan weer in een koude luchtlaag komen bevriezen ze en vormen zich brokjes ijs in allerlei vormen. Als die op de grond vallen spreken we van ijsregen.

CUMULONIMBUS

Cumulonimbus is veruit het meest imposante wolkengeslacht. Het ontstaan van een onweersbui uit een kleine cumuluswolk is heel imposant. 
Er zit verschrikkelijk veel energie in die wolken. Deze wolken geven de heftigste verschijnselen in de atmosfeer die er bestaan. Ze kunnen stortregens, onweer, hagel, windhozen en hevige rukwinden geven. De naam Cumulonimbus betekent "stapelvormige regenwolk". 

Als de lucht onstabiel is ontstaan er cumuluswolken. Is de onstabiele luchtlaag heel dik dan kan er een cumulonimbuswolk ontstaan.  
In de wolk zit onderkoeld water, losse ijskristallen, sneeuwvlokken, korrelsneeuw, korrelhagel en ijsballen tot wel 10 cm in doorsnede.
Die kunnen ontstaan omdat er zeer sterke stijgende luchtstromen in de wolk zijn die hagelstenen steeds maar weer omhoog voeren. Die groeien door botsingen steeds maar aan. Die stijgende luchtstroom kan alleen ontstaan bij een groot temperatuurverschil tussen de wolk en de omgeving. 
 De Cumulonimbuswolken ontstaan vaak bij een noord- tot noordwestelijke wind als er polaire lucht over zee komt aanstromen. De zwaarste buien ontstaan in het zomerhalfjaar als het warm is en op de nadering van een koufront. Soms zie je de wolken niet omdat er andere wolken onder hangen. Onverwacht kan het dan onweren. De cumulonimbus is dan verscholen.

Een Cumulonimbus kun je herkennen aan  de bloemkoolvorm en aan het aambeeld. Dat ontstaat als de bovenkant van de wolk het ijsstadium bereikt. We noemen dat Calvus. Door sterke winden wordt het aambeeld soms weggeblazen. Verder heb je nog Cumulonimbus capillatus.Capillatus betekent behaard, draadvormig
Bij een Cumulonimbuswolk kunnen imposante verschijnselen voorkomen. De rolwolk zie je vaak voor de bui aan komen stormen. Vaak ontstaan er ook wind- of waterhozen. Zware windhozen worden tornado's genoemd. Die hebben we dit jaar al verscheiden keren gehad zoals die bij Rheden en die in de buurt van Wilsum. 
Er zijn stijgende luchtstromen, maar ook sterk dalende luchtstromen in de wolk. Die valwinden kunnen grote schade aanrichten. 
Het regent ( hagelt) vaak extreem hard tijdens een bui. Soms wel met een intensiteit van 100 mm/per uur. 
Bij de zwaardere buien komt meestal onweer voor. Blikseminslagen richten regelmatig veel schade aan.